Van GPS naar DGPS in het plakkenpark


In de continugieterij worden plakken staal geproduceerd van gemiddeld 10 m lang, 22 cm dik en 1,5 m breed. Die wegen ongeveer 22 ton. De plakken worden opgeslagen in het plakkenpark tot ze verder worden verwerkt in de warmwalserij.


Hoe slaan we de plakken op?

Een deel van de plakken wordt in de opslagplaatsen van de fabriekshallen bewaard. Ze worden er met speciale kranen verplaatst.




Dankzij laserdetectie en positiebepaling via een vaste tandlat in het geleidingssysteem van de kraan kunnen we precies bepalen op welke plaats iedere plak terechtkomt.


De opslagcapaciteit in de hallen is niet altijd voldoende. Daarom worden ook plakken bijgehouden op de nabijgelegen buitenvelden. Transport gebeurt er met grote plakkentransportwagens of Kress-voertuigen, die een speciale opslagstructuur vragen.

Om plakken neer te leggen rijdt het Kress-voertuig namelijk met zijn grote wielen tussen de opslagplaatsen door. Daarom is er tussen twee naburige opslagplaatsen een afstand van minimum 4 meter nodig.

Een geoptimaliseerd GPS-systeem bleek, mits enkele aanpassingen, een geschikt hulpmiddel om de plakken op de buitenvelden juist te positioneren en hun ligging eenduidig op te volgen. Omdat de apparatuur steeds is blootgesteld aan weer en wind (***), moet ze behoorlijk robuust zijn.

(***): Niet enkel weer en wind spelen een rol. De apparatuur bevindt zich op grote voertuigen die zich verplaatsen op een ruwe ondergrond. Door  de schokken trilt de apparatuur en kunnen de verbindingen loskomen. Dat is belangrijk voor de eisen die we stellen aan het materiaal.



GPS

Het Global Positioning System ofwel GPS-systeem bestaat uit 31 satellieten die op een hoogte van 20 km in 6 banen om de aarde draaien. Voor elk punt op aarde bevinden er zich dus minstens 4 satellieten boven de horizon. Iedere satelliet zendt gecodeerde radiosignalen uit waarmee een GPS-ontvanger de lengtegraad, breedtegraad en de hoogte kan berekenen tot op ongeveer 10 m nauwkeurig.

Die precisie is onvoldoende om 2 naburige opslagplaatsen van elkaar te kunnen onderscheiden. GPS alleen volstaat dus niet voor de coördinatie van de Kress-voertuigen.


Klik om te vergroten

Daarom werd de nauwkeurigheid van GPS tot op 1 m en zelfs tot op enkele centimeters verbeterd. Dat kon door de satellietsignalen van de GPS-ontvanger in het voertuig te corrigeren met positie-informatie van een vast opgestelde GPS-zender, die als referentiestation wordt gebruikt. Met een dergelijk Differentieel GPS (DGPS) bekomen we een nauwkeurigheid van 0,5 m.

Op de plakkentransportwagens werd een GPS-systeem gemonteerd en om de satellietsignalen optimaal te ontvangen, werd ook een GPS-antenne bovenop de tang van het voertuig geplaatst.





Registratie van het verplaatsen van de plakken

Elke plakkentransportwagen is uitgerust met een pc die verbonden is met de GPS-ontvanger. Op die manier kan de chauffeur steeds op het scherm zien waar hij zich exact bevindt. De positie van het Kress-voertuig wordt gebruikt om de opslagplaats te registreren van de plakken die het voertuig verplaatst. Alle veranderingen in de opslagplaats worden op de pc bewaard.


Klik om te vergroten

Dit is een voorbeeld van wat de chauffeur zit op zijn scherm:

  1. De chauffeur ziet het bovenaanzicht van de opslagplaatsen. Op de blauwgekleurde opslagplaats zal hij plakken verplaatsen.
  2. Bij het binnenrijden in een opslagplaats registreert de chauffeur het aantal plakken dat hij effectief verplaatst.
  3. Het groene bolletje laat de chauffeur zien wat de positie is van zijn voertuig.
  4. De XY-coördinaten en de naam van de opslagplaats staan links op het scherm.

Via een draadloos netwerk is de pc van de plakkentransportwagen verbonden met de een centrale computer. Iedere verplaatsing van de plakken wordt via de pc van het voertuig onmiddellijk doorgeseind via het netwerk naar de centrale computer die de voorraad beheert. Op elk moment is de positie van elke plak bekend. Wanneer een plak dus moet worden gewalst, kan die vlot gelokaliseerd en verplaatst worden richting warmwalserij.