|
Tussen de opeenvolgende walstuigen zijn lusvormerrollen ingebouwd, die de band ondersteunen. Ze worden op en neer gestuurd om kleine snelheidsvariaties op te vangen.
De lusvormerpositie dient als ingangsgegeven voor een regelsysteem dat de snelheden van de walsmotoren regelt. Het laatste walstuig F7 is daarbij piloot.
De temperatuur van de band bij het verlaten van de eindwalsgroep wordt zo constant mogelijk gehouden. De plaat komt het eerste eindwalstuig binnen met een temperatuur van meer dan 1000° C. Omdat de staart van de plaat langer moet wachten dan de kop om in de eindwalsgroep ingevoerd te worden, koelt die meer af. Daarom wordt de walssnelheid progressief verhoogd van kop naar staart. De band verlaat de eindwalsgroep tegen een snelheid van maximaal 19 m/s. De snelheid in het laatste walstuig is afhankelijk van de gewenste eindwalstemperatuur, die belangrijk is voor de mechanische eigenschappen van het staal.
|