ArcelorMittal Gent bindt de strijd aan tegen stofSecundaire ontstoffingsinstallatie in de staalfabriek
|
Dankzij forse investeringen is de capaciteit van de staalfabriek met 25% opgedreven. De capaciteit bedraagt nu tot 5 miljoen ton staal op jaarbasis. Het sluitstuk van het investeringsprogramma was de nieuwe ontstoffingsinstallatie die de stofemissie van de convertoren in de staalfabriek met meer dan 95% deed afnemen, tot minder dan 1 mg stof per m3 uitgestoten lucht. Daarmee voldoet ArcelorMittal Gent ruimschoots aan de Vlaamse milieunormen die max. 50 mg stof per m3 lucht toelaten.
|
Deze investering van ongeveer 29 miljoen euro was in de eerste plaats gericht op het milieu, maar brengt ook een verbetering van de arbeidsomstandigheden met zich mee.
Situatieschets
In de staalfabriek – het hart van ArcelorMittal Gent – wordt ruwijzer omgezet in vloeibaar staal door de oxidatie van koolstof en andere elementen, en door de verwijdering van onzuiverheden die in het ruwijzerbad aanwezig zijn. Daarvoor blazen we zuurstof op het ruwijzerbad. Het verbrandingsproces vindt plaats in twee reusachtige kuipen, “convertoren” genaamd. Bij dat proces komt veel stof vrij.
Elke convertor is uitgerust met een primaire ontstoffingsinstallatie. Die zuigt de rookgassen af die ontstaan wanneer zuurstof op het ruwijzerbad wordt geblazen. De primaire ontstoffing is een natte ontstoffing omdat de stofdeeltjes in water terechtkomen. De installatie werd in 2001 volledig vernieuwd.
De primaire ontstoffingsinstallatie kan niet alle stofrijke rookgassen afzuigen. De gassen die ontstaan tijdens het laden van de convertor met schroot en ruwijzer en tijdens het afgieten van het vloeibaar staal, waarbij de convertor gekanteld wordt, werden vroeger gewassen met water, alvorens ze af te voeren via trekschouwen. Nu zuigt de secundaire ontstoffingsinstallatie die rookgassen af en zuivert ze die.
De secundaire ontstoffingsinstallatie doorgelicht
Voor de tweede installatie werd een speciale aërodynamische afzuigkap ontwikkeld. De kap zuigt alle vlammen en rookgassen af die vrijkomen wanneer ruwijzer en schroot in de convertor worden geladen. Ze heeft een afzuigdebiet van 2,4 miljoen m³ per uur. Dat is even veel als ongeveer 4.000 keukendampkappen samen. Recuperatoren koelen daarna de rookgassen af.
Via één grote collectorleiding met een lengte van 160 meter en een diameter tot 6 meter worden de rookgassen vervolgens door een batterij met 7.200 filtermouwen gestuurd.
De filtermouwen hebben een textieloppervlakte van 26.000 m², dat is meer dan de gezamenlijke oppervlakte van vijf voetbalvelden. Voor de geluidsisolatie is het filtergebouw hoofdzakelijk in beton uitgevoerd en bekleed met geluidsabsorberende panelen. Uiteindelijk verdwijnen de gezuiverde rookgassen via de 45 meter hoge schouw.
Ook elders wordt ontstoft
Ook de afdeling grondstoffen, haven, vervoer & recuperatie levert inspanningen om de stofemissies verder terug te dringen en heeft bijvoorbeeld een ontstoffing van de aanvoerlijnen van sinter naar de hoogovens in dienst genomen. Het stof op die lijnen ontstaat vooral ter hoogte van de valpunten. Dat zijn plaatsen waar het materiaal van de ene transportband op de andere terechtkomt.
Vóór de komst van de nieuwe installatie, gebeurde de ontstoffing door middel van waterbesproeiing maar dat was niet optimaal. Daarom hebben we een centrale ontstoffingsinstallatie gebouwd die het stof ter hoogte van de valpunten afzuigt. De gezuiverde lucht bevat minder dan 0,5 kg/u stof, wat een stuk lager ligt dan de vooropgestelde normen.
 De stofafzuiging ter hoogte van de valpunten op transportbanden levert zichtbaar resultaat op.
|
Daarnaast pakt ons bedrijf ook het stof aan dat bij droge weer opwaait van de grondstoffenstapels en langs de wegen. Grondstoffenstapels worden besproeid, het transport op onverharde wegen beperkt en de bestaande wegeninfrastructuur verbeterd.
En hoe zit het met fijn stof?
Fijn stof is een verzamelnaam voor fijne stofdeeltjes met uiteenlopende samenstellingen, die zo klein zijn dat ze kunnen worden ingeademd. Grootschalige epidemiologische studies in Amerika en Europa hebben de impact van fijn stof op de gezondheid aangetoond. Om die te beperken, zijn er begin 2000 Europese luchtkwaliteitsdoelstellingen opgesteld die tegen 2005 in werking zijn getreden.
Vlaanderen bevindt zich in een gebied in Europa met relatief hoge stofconcentraties. We bevinden ons tussen de Nederlandse, Duitse en Franse geïndustrialiseerde zones. Volgens de overheid is 70 tot 80% van de gemeten stofconcentratie dan ook afkomstig van buiten Vlaanderen.
De Gentse kanaalzone blijkt één van de “hot spots” in Vlaanderen te zijn. De kwaliteitsnormen inzake PM10 (= deeltjes met een korrelgrootte kleiner dan 10 micrometer) worden in de meetstations van de overheid in de Gentse kanaalzone niet altijd gerespecteerd. De jaargemiddelde grenswaarde (40 mg/m³) vormt doorgaans geen probleem, maar het daggemiddelde (50 mg/m³) wordt vaker overschreden dan toegestaan (35 keer). De weersomstandigheden spelen daarbij een belangrijke rol, gezien de hoge achtergrondconcentraties in Vlaanderen. Periodes met hoge PM10-waarden zijn vaak periodes met overwegend droog weer, periodes met continentale lucht uit Oost-Europa of periodes van temperatuursinversie.
De activiteiten van ons bedrijf hebben een impact op het milieu. Bevindingen van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) wijzen erop dat vooral diffuse emissies (= niet via een schouw) een invloed hebben op de luchtkwaliteit in de omgeving van ons bedrijf. De impact van geleide bronnen (= schouwen) is verwaarloosbaar. Bij toekomstige investeringen in stofbestrijding zullen we dan ook bijzondere aandacht besteden aan diffuse bronnen.