De geschiedenis van ArcelorMittal Gent in een notendop

1928-1932:

De vroegere Voorzitter van de Directie van de Luxemburgse staalgroep Arbed, Emile Mayrisch,  vroeg aan Jean Delori, Gedelegeerd Bestuurder van "Clouterie et Tréfilerie des Flandres" in Gentbrugge, om een stuk bouwgrond te kopen dat gelegen was aan het kanaal Gent-Terneuzen.

In 1932 had Arbed een terrein van 211 hectares in zijn bezit.


1938-1945:

Als gevolg van de depressie van de jaren ’30 en de tweede wereldoorlog, werden Emile Mayrisch’s plannen opgeborgen tot het einde van de jaren ’50. Max Nokin, Gouverneur, en Georges Devillez, Vice-gouverneur van de Generale Maatschappij van België en Vice-Voorzitter van Arbed, pikten de draad terug op. Samen met de toenmalige Arbed-Voorzitter Félix Chomé, besliste hij om een werkgroep te creëren die een voorstudie moest maken van de oprichting van een maritiem staalbedrijf.


1960:

Op 13 april vond de openingsconferentie plaats van een gemeenschappelijk studiesyndicaat, het "Syndicat Sidérurgie Maritime". Het syndicaat richtte een comité op met vertegenwoordigers van Waalse en Franse staalgroepen. De lokale autoriteiten deden ook hun duit in het zakje: ze besloten om de breedte en diepgang van het kanaal Gent-Terneuzen aan te passen. Het kanaal werd toegankelijk gemaakt voor zeeschepen van het Panamax-type (met een max. lading van 65.000 ton). De site van 211 hectares werd uitgebreid tot 624 hectares.


1961-1962:

Het studiecomité besloot dat het maritieme staalbedrijf enkel vlakke producten zou produceren, op basis van rijke overzeese ertsen, met moderne hoogovens met een grote kroesdiameter, een staalfabriek en een warm- en koudwalserij. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) keurde het project op 27 april 1962 goed.
Op 10 juli 1962 werd de NV "Sidérurgie Maritime", afgekort Sidmar, opgericht. Dit nieuwe bedrijf met maatschappelijke zetel in Gent, had een startkapitaal van 4,5 miljard BEF.


1963-1993:

De Waalse en Franse staalgroepen trokken zich uit dit kapitaal terug gedurende de herstructurering van de Belgische staalindustrie.  De staat nam een minderheidsparticipatie in Sidmar, die, sinds de regionalisering van de staalsector eind jaren '80, gecontroleerd werd door de Vlaamse Gewestregering via zijn holdingmaatschappij Gimvindus.  De meerderheid van de aandelen was volledig in handen van Arbed, dat zichzelf in 1993 omvormde tot een industriële holding.


1994-1995:

De geleidelijke omvorming van de Arbed Groep, die de voorgaande jaren was ingezet, kreeg in 1994 nog een bijkomende Europese dimensie. Sidmar verwierf in dat jaar namelijk een meerderheid van de aandelen van het Duitse maritieme en geïntegreerde staalbedrijf Stahlwerke Bremen, voorheen Klöckner Stahl. In het kielzog van die acquisitie kreeg Sidmar in 1995 ook zijn eigen verkooporganisatie Sidstahl, verantwoordelijk voor de verkoop van de vlakke staalproducten voor de Groep op de voornaamste markten.


1997:

Op 1 augustus 1997 bevestigde de Spaanse regering de uitverkiezing van de Arbed Groep als partner in de privatisering van het vroegere C.S.I., voortaan Aceralia genaamd. Arbed verkreeg 35% van de aandelen van het Spaanse maritieme staalbedrijf, gespecialiseerd in de productie en verdere verwerking van vlakke staalproducten (Aceralia Planos) en lange staalproducten (Aceralia Largos). Daarmee was de Arbed Groep uitgegroeid tot de nummer drie op wereldvlak.


2001-2002:

Op 19 februari 2001 kondigden de groepen Arbed-Aceralia en het Franse Usinor aan dat zij zouden fuseren tot een nieuw concern, dat voorlopig NewCo zou heten (NewCorporation). Na een lange procedure en het akkoord van de Europese Commissie, werd eind 2001 de nieuwe naam van de fusiegroep bekendgemaakt: Arcelor (Arbed-Aceralia-Usinor). Sidmar maakte voortaan deel uit van de Operationele Eenheid Noord van de sector vlak-koolstofstaal van Arcelor, de grootste van alle operationele eenheden.


2006:

Toen Arcelor in 2002 ontstond, kwamen een paar honderd verschillende bedrijven, met elk hun geschiedenis, cultuur, naam en identiteit onder dezelfde grote koepel terecht.
Om de gemeenschappelijke Arcelor-identiteit te versterken, werden in 2006 de namen van alle lokale sites gewijzigd, wereldwijd.
De site in Gent veranderde officieel van naam en heette voortaan Arcelor Gent.


In juni 2006 onderging het staallandschap een grote verandering: Arcelor en Mittal Steel bereikten een akkoord over de fusie tussen beide groepen. De nieuwe staalgroep luistert naar de naam ArcelorMittal en is het grootste staalbedrijf ter wereld, met een productiecapaciteit die drie maal hoger ligt dan die van zijn naaste concurrent, het Japanse Nippon Steel. Om de succesvolle integratie van de beide staalgroepen te beklemtonen, kregen alle sites een nieuwe, uniforme naam. De elektrolytische verzinklijn Sikel in Genk werd ArcelorMittal Genk, de organische bekledingslijn Decosteel in Geel werd ArcelorMittal Geel en ArcelorMittal Gent is de nieuwe naam van Sidmar.